Landbouwers kunnen op grond van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in aanmerking komen voor directe inkomenssteun op basis van hun bedrijfsomvang in “subsidiable hectares”. De aanvraag voor directe inkomenssteun moet door de landbouwer worden ingediend bij het nationale betaalorgaan onder opgave van het totaal aan subsidiabele hectares. Bij de beoordeling van de aanvraag is er herhaaldelijk discussie over de vraag of de opgegeven grond daadwerkelijk aan de betreffende landbouwer “ter beschikking staat”, of hij over deze grond (ook) het “beheer” heeft en of de grond wordt gebruikt voor een “landbouwactiviteit”.
Lees hier de volledige blog van Eric Janssen