“Share the pain”: kortgedingrechters over kostenstijgingen wegens oorlog in Oekraïne

door: Joris Droppert op 28/08/23 in Geschillen & procedures, Handelsrecht,

De oorlog in Oekraïne heeft de wereld – en daarmee de wereldwijde marktomstandigheden – drastisch veranderd. In Nederland zijn de gevolgen bijvoorbeeld merkbaar in de vorm van ongekende kostenstijgingen. Tussen contractpartijen ontstaan daar regelmatig discussies over. Voor wiens rekening komen de stijgingen? 

Het is nog wachten op uitspraken in bodemprocedures, maar kortgedingrechters (die een voorlopig oordeel geven) geven alvast wat richting: de gevolgen van de oorlog in Oekraïne op de wereldhandel kunnen mogelijk worden aangemerkt als onvoorziene omstandigheden, uiteraard afhankelijk van de specifieke casus. De Raad van Arbitrage voor de Bouw (wat geen rechterlijke instantie is) had dit eerder ook al geoordeeld (nr. 37.382). Er wordt vastgehouden aan de ‘share the pain’-lijn die ook in coronarechtspraak werd toegepast. Het zou namelijk niet redelijk zijn dat slechts één van de contractspartijen het nadeel moet slikken. We lichten in deze blog toe wat onvoorziene omstandigheden kunnen betekenen voor een overeenkomst, en wat kortgedingrechters tot nu toe in dit soort gevallen hebben geoordeeld.

Onvoorziene omstandigheden – hoe zit dat ook alweer?
Een onvoorziene omstandigheid is een omstandigheid die nog niet heeft plaatsgevonden en waarmee geen rekening is gehouden bij de totstandkoming van een overeenkomst en welke omstandigheid daarin dus ook niet is verdisconteerd. Als sprake is van onvoorziene omstandigheden, kan de rechter op verlangen van één van de partijen de gevolgen van de overeenkomst wijzigen of deze overeenkomst (gedeeltelijk) ontbinden. Daarvoor moeten de onvoorziene omstandigheden van dien aard zijn dat de wederpartij ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten.

Tijdens de coronacrisis hebben we vaak gezien dat een beroep werd gedaan op die mogelijkheid. De Hoge Raad heeft in het kader van de huur van winkelruimtes antwoord gegeven op de vraag of coronamaatregelen onvoorziene omstandigheden (kunnen) zijn (ECLI:NL:HR:2021:1974).

Naar het oordeel van de Hoge Raad waren de coronamaatregelen in principe onvoorziene omstandigheden op grond waarvan de rechter een huurovereenkomst kan aanpassen door de huurprijs te verminderen. Het nadeel moet in gelijke mate worden verdeeld. Zie voor meer informatie hierover onze blog: ‘Hoge Raad geeft duidelijkheid over huurprijsvermindering bij coronamaatregelen’.

Kortgedingrechters over extreme kostenstijgingen
Kortgedingrechters hebben inmiddels enkele keren een (voorlopig) oordeel gegeven over de gevolgen die extreme kostenstijgingen door de oorlog in Oekraïne kunnen hebben voor een overeenkomst. Wij lichten drie uitspraken toe:

  1. De kortgedingrechter van de rechtbank Rotterdam oordeelde over een zaak die ging om de levering van restwarmte door een ammoniakproducent aan tuinders (ECLI:NL:RBROT:2022:8502). Hoewel de capaciteit expliciet was overeengekomen, zag de producent zich genoodzaakt de ammoniakproductie te reduceren als gevolg van de aanzienlijke prijsstijgingen van gas. Daardoor zou de producent ook minder restwarmte leveren aan de tuinders, maar die namen met minder geen genoegen. De kortgedingrechter overwoog echter dat een extreem hoge gasprijs, die mede het gevolg is van de oorlog in Oekraïne, mogelijk is aan te merken als onvoorziene omstandigheid die van dien aard is dat de tuinders naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomsten met de producent niet mogen verwachten. De partijen hadden bij het sluiten van de overeenkomsten immers niet voorzien in de omstandigheid dat een oorlog zou leiden tot een Europese energiecrisis waardoor de gasprijzen zodanig zouden stijgen. De vorderingen van de tuinders werden afgewezen; de pijn moest voorlopig worden gedeeld.
     
  2. In een kortgedingprocedure bij de rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2022:11110) ging het niet om alleen prijsstijgingen van gas, maar om “explosief gestegen kosten voor (onder meer bouw)materialen en energie”. Een gemeente gaf in oktober 2022 opdracht aan een aannemer op basis van een raamovereenkomst uit 2018. De aannemer meende echter dat sprake was van onvoorziene omstandigheden in de vorm van (met name) excessieve prijsstijgingen, welke zo extreem zijn dat zelfs de CBS-indexering die was overeengekomen onvoldoende is om de verlieslatende uitvoering van de opdracht te voorkomen. De gemeente kon dan ook volgens de aannemer geen ongewijzigde instandhouding van de raamovereenkomst verwachten. De gemeente startte echter een kortgedingprocedure om nakoming af te dwingen.

    De kortgedingrechter overwoog dat met de gevolgen van de Covid-pandemie en de oorlog in Oekraïne op de wereldhandel ontegenzeggelijk sprake is van onvoorziene omstandigheden, met name op het gebied van de wereldwijd explosief gestegen kosten. Daarom is het zeer aannemelijk dat de aannemer ”zodanig door de kostenstijgingen wordt geraakt, dat in een eventuele bodemprocedure tussen partijen zal worden geoordeeld dat de gemeente naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de raamovereenkomst niet mag verwachten."

    Bij een bodemprocedure ligt volgens de kortgedingrechter een wijziging van de raamovereenkomst in de rede, dus werd er bepaald dat de aantoonbare excessieve kostenstijging voor gelijke delen tussen de aannemer en de gemeente moet worden gedeeld. De pijn die het gevolg is van onvoorziene omstandigheden wordt ook hier dus (voorlopig) over de contractspartijen verdeeld. 
     
  3. In een andere kortgedingprocedure bij de rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2023:1105) ging het om de verhuur van serverruimtes. De huurder en verhuurder waren in juni 2020 overeengekomen dat stroomgebruik tegen een vast tarief zou worden doorberekend aan de huurder. Wegens de stijgende energieprijzen zag de verhuurder zich genoodzaakt om het tarief desondanks te verhogen. De huurder wilde de verhuurder aan het overeengekomen tarief houden en wendde zich tot de kortgedingrechter. Die oordeelde dat voldoende aannemelijk is dat een bodemrechter zal oordelen dat sprake is van onvoorziene omstandigheden, aangezien de explosieve prijsstijging – vooral ook na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne – niet kon worden voorzien door de verhuurder. Het zou niet redelijk zijn om alleen de verhuurder de forse negatieve gevolgen te laten dragen. De kortgedingrechter heeft de huurder daarom geboden om naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid met de verhuurder te onderhandelen over een vergoeding voor fors gestegen energiekosten – wederom een verdeling van de pijn dus.

Rechtspraak afwachten
Deze uitspraken in kort geding zijn de eerste waarin (voorlopig) door een rechter wordt geoordeeld over prijsstijgingen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. De conclusie is dat er vooralsnog rekening mee moet worden gehouden dat die prijsstijgingen kunnen worden aangemerkt als onvoorziene omstandigheden -als er daarover in de overeenkomst niets is geregeld en dat niet is verdisconteerd-, en dat de gevolgen van die prijsstijgingen niet voor rekening van slechts één contractspartij hoeven te komen. Of deze lijn wordt voortgezet zal moeten blijken uit bodemprocedures die we kunnen verwachten.

Indien u benieuwd bent naar uw mogelijkheden met betrekking tot recente kostenstijgingen, kunt u voor advies contact opnemen met Joris Droppert, t 010 313 39 00 of e joris.droppert@dvan.nl, of Ton van Oosten, t 010 313 39 00 of e ton.van.oosten@dvan.nl.

REAGEREN OF VRAGEN?