Avondklok: waarom beslist de burgerlijke rechter?

door: Joris Droppert op 18/02/21 in Geschillen & procedures, Corona, Geschillen & procedures,

Nederland verkeert in spanning sinds de uitspraak van de voorzieningenrechter Den Haag in het kort geding van 16 februari 2021, waarin de rechter heeft beslist dat de staat de grondslag van de avondklok buiten werking moet stellen. Waarom kan de burgerlijke rechter in zo’n geval beslissen? Het bestuursrecht is immers het recht voor, van en tegen het overheidsbestuur en het geschil over de avondklok lijkt dan ook een zaak voor de bestuursrechter.

De casus

Stichting Viruswaarheid en de staat zijn verwikkeld in verschillende procedures. Deze procedures houden verband met de maatregelen die door de staat zijn genomen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. De avondklok was aan de beurt in het kort geding van 16 februari 2021.

Na een op 21 januari 2021 gehouden spoeddebat in de Tweede Kamer heeft de meerderheid van de Kamer ingestemd met het voornemen van het kabinet tot het invoeren van een tijdelijke avondklok. Daarop zijn op grond van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (verder: Wbbbg) op voordracht van de Minister-President bepalingen in werking gesteld die kort gezegd regelen dat de Minister van Justitie en Veiligheid bevoegd is om, zonder enkele vertragende regels in acht te hoeven nemen, het vertoeven in de open lucht te beperken in spoedeisende gevallen.

In geschil is of de huidige situatie met betrekking tot het virus de invoering (en verlenging) van de avondklok via de Wbbbg rechtvaardigt. Viruswaarheid vordert van de burgerlijke rechter de staat te gelasten het koninklijk besluit en de daaraan verbonden avondklok buiten werking te stellen. Volgens Viruswaarheid is geen sprake van een uitzonderlijke en spoedeisende noodsituatie: een voorwaarde om gebruik te kunnen maken van de bevoegdheden op grond van de Wbbbg.

De beoordeling van het geschil viel uit in het nadeel van de staat. Dat is door de voorzieningenrechter duidelijk gemotiveerd en hiertegen gaat de staat in spoedappel. Aan de bevoegdheid van de rechter worden in de uitspraak echter geen woorden gewijd. Die bevoegdheid is geregeld in de Grondwet (verder: Gw).

Grondwet

De burgerlijke rechter heeft in beginsel geen rechtsmacht in geschillen waarvoor de wet een administratieve rechter heeft aangewezen. De bestuursrechter en de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) staan in dat administratieve recht centraal.

Stelt eiser echter dat sprake is van een onrechtmatige daad, wanprestatie of onverschuldigde betaling (uit het burgerlijk recht), dan is de burgerlijke rechter bevoegd. Wanneer de burgerlijke rechter een administratiefrechtelijk geschil zou moeten beslissen, dan onthoudt hij zich van berechting indien de wet een bijzondere met voldoende waarborgen omklede administratieve rechtsgang openstelt. De bevoegdheid van de bestuursrechter gaat dan voor. De burgerlijke rechter kan dus worden gezien als een ‘restrechter’.

Algemene wet bestuursrecht en de burgerlijke rechter

De Awb biedt belanghebbenden de mogelijkheid beroep in te stellen tegen een besluit bij de bestuursrechter, maar niet alle wetten en regels kwalificeren als besluiten waartegen beroep kan worden ingesteld.

De bestuursrechter is dus niet altijd bevoegd te beslissen in geschillen over bestuursaangelegenheden. Dan stelt de wet geen bijzondere met voldoende waarborgen omklede administratieve rechtsgang open. In die gevallen kan de burgerlijke rechter als restrechter nog steeds bevoegd zijn.

Onrechtmatige overheidsdaad bij de avondklok

Wanneer de burgerlijke rechter bevoegd is, kan een eiser zijn vordering baseren op bijvoorbeeld de onrechtmatige daad. Onrechtmatig is onder meer het onbevoegd inbreuk maken op een recht van een ander. Dat is ook de route die Viruswaarheid neemt: zij voert aan dat de staat met invoering van de avondklok via de weg van de Wbbbg onrechtmatig handelt. Volgens Viruswaarheid is geen sprake van een uitzonderlijke en spoedeisende noodsituatie die voorwaarde is voor gebruik van de Wbbbg. Bovendien zou de avondklok een vergaande inperking van grondrechten van burgers betekenen.

Bij afwezigheid van een bijzondere met voldoende waarborgen omklede administratieve rechtsgang staat voor Viruswaarheid dus de rechtsgang naar de burgerlijke rechter open.

Of de voorzieningenrechter de staat terecht heeft veroordeeld om de bepalingen van de Wbbbg per omgaande buiten werking te stellen, waardoor ook de avondklok vervalt, zal vrijdag 19 februari 2021 blijken. Dan dient het spoedappel tegen de voorlopige voorziening en zal ook snel uitspraak worden gedaan. Overigens gaat dit spoedappel nog steeds uitsluitend over de voorlopige voorziening en wordt in de bodemprocedure pas een definitief oordeel gegeven over de (on)rechtmatigheid van de avondklok.

Wellicht wordt in de bodemprocedure, of al in het spoedappel, ook nader ingegaan op de bevoegdheid van de burgerlijke rechter in deze procedure.

Meer weten?

De burgerlijke rechter kan als restrechter bevoegd zijn, ook wanneer die bevoegdheid niet direct voor de hand ligt. Voor advies over procedures bij de burgerlijke rechter kun u contact opnemen met Joris Droppert, t 010 313 39 00 of e joris.droppert@dvan.nl.

reageren of vragen?

Vul de tekst die hieronder wordt weergeven in:


Reacties