Op 17 maart 2026 deed de Rechtbank Overijssel uitspraak over dit onderwerp.
Casus
De werknemer werkte 40 uur per week en verzocht om een werkweek van 36 uur, verspreid over 4 dagen van 9 uur. De werkgever stemde in met de 36-urige werkweek maar wees het verzoek om een 4-daagse werkweek af. De werknemer stapte daarop naar de rechter.
Oordeel van de rechter
De kantonrechter wees de vordering van de werknemer af.
Op basis van de wet kan een werknemer (min. 26 weken in dienst) verzoeken om meer/minder uren, waarbij de werknemer zijn/haar gewenste spreiding over de week kan aangeven. De werkgever moet akkoord gaan met de wijziging van het aantal uur tenzij ‘zwaarwegende bedrijfsbelangen’ zich daartegen verzetten.
Werkgevers met >10 werknemers moeten binnen 1 maand schriftelijk en gemotiveerd ingaan op het verzoek, anders wordt het verzoek gehonoreerd. Voor werkgevers met <10 werknemers geldt een termijn van 3 maanden.
Als de werkgever niet wil instemmen met de spreiding van uren over de werkweek, is daar geen zwaarwegend bedrijfsbelang voor nodig. Werkgever moet wel een ‘zodanig belang’ hebben waarvoor het belang van de werknemer moet wijken. Het komt dus neer op een (reguliere) belangenafweging.
De belangenafweging viel in het nadeel uit van de werknemer.
Het belang van de werknemer was om tot een betere werk/privé balans te komen door één dag minder te werken. Dat zou zorgen voor meer mentale rust. Een werkweek van 32 uur was volgens de werknemer financieel onhaalbaar.
Het belang van de werkgever was het voorkomen van precedentwerking. Het toestaan van 9-urige werkdagen zou daarbij organisatorische en roostertechnische problemen opleveren. Langere werkdagen zijn volgens de werkgever ook onwenselijk omdat dit zorgt voor verminderde productiviteit en kwaliteit. Ook zouden langere werkdagen kunnen resulteren in mentale en fysieke overbelasting van werknemers.
Het belang van de werkgever werd dus zwaarder bevonden door de rechter. Mede ook omdat de werkgever als alternatieven een werkweek van 4,5 dag en afwisselende werkweken van 4 en 5 dagen had aangeboden. Dat er in het verleden een collega was die het wel was toegestaan 9 uur per dag te werken deed niet af aan het oordeel omdat de belangenafweging per individu anders kan uitpakken.
Takeaways
Het staat werknemers vrij een verzoek te doen om aanpassing arbeidsduur en daarbij een gewenste spreiding aan te geven. Voor de arbeidsduur geldt een zwaardere toets dan voor de urenspreiding. Of er akkoord moet worden gegaan blijft maatwerk; het betreft immers een individuele belangenafweging. Bij een weigering is het in elk geval verstandig met werknemers mee te denken door alternatieven aan te bieden.
Let op: een werknemer kan ook een verzoek doen om meer voorspelbare arbeidsvoorwaarden. Zie daarvoor mijn vorige blog.
Bij vragen kun je contact opnemen met Henriëtte Dekker, Reggy Thielen, Merel Goldschmidt en Claire van Beuningen van de Praktijkgroep Arbeid, Medezeggenschap en Pensioen.