"De Staat telt maar voor één"

door: Ernst-Jan Griffioen op 31/10/18 in Fusies, overnames & herstructureringen , Insolventierecht ,

Op 26 oktober 2018 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:1988) antwoord gegeven op de vraag of een faillissement kan worden uitgesproken als het is aangevraagd door het ministerie van Sociale Zaken met een belastingschuld als steunvordering. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dat niet kan, omdat niet is voldaan aan het pluraliteitsvereiste. 

Op grond van artikel 1 lid 1 en 6 lid 3 van de Faillissementswet kan het faillissement worden uitgesproken als blijkt dat de schuldenaar in een toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Bovendien geldt het vereiste dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser onbetaald moet laten: het pluraliteitsvereiste.

In onderhavige deze zaak had X een schuld aan het ministerie vanwege een bestuurlijke boete (overtreding Wet arbeid vreemdelingen) en een belastingschuld. Het ministerie verzocht om faillietverklaring van X, Maar de Rechtbank wees het verzoek af: zowel verzoeker (het ministerie) als de Belastingdienst zijn namelijk onderdeel van de Staat der Nederlanden. De Staat is dus schuldeiser van beide gestelde vorderingen en van meer dan één schuldeiser is geen sprake. Het Hof bekrachtigt het vonnis en uiteindelijk gaat het ministerie in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. De Staat heeft rechtspersoonlijkheid (artikel 2:1 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek). Het ministerie en de Belastingdienst zijn onderdeel van de Staat en bezitten geen eigen rechtspersoonlijkheid. Het ministerie en de Belastingdienst zijn wel aparte bestuursorganen, maar artikel 1:1 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat vermogensrechtelijke gevolgen van een handeling van een bestuursorgaan de rechtspersoon treft waartoe het bestuursorgaan behoort: de Staat. Beide vorderingen komen in vermogensrechtelijke zin dus toe aan de Staat. Er wordt niet voldaan aan het pluraliteitsvereiste.

De Hoge Raad maakt geen uitzondering voor (onderdelen van) bestuursorganen van de Staat die in sterke mate zelfstandig zijn, zoals de Belastingdienst op organisatorisch, budgettair en begrotingstechnisch gebied is. Ook de zelfstandige procesbevoegdheid voor de Belastingdienst op grond van de Invorderingswet maakt het oordeel van de Hoge Raad niet anders.

Wij menen dat op basis van dit arrest van de Hoge Raad een faillissement bijvoorbeeld ook niet kan worden uitgesproken op verzoek van het UWV met een belastingschuld als steunvordering.

Kortom: de Staat telt maar voor één.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Ernst-Jan Griffioen en de andere advocaten van het team Insolventierecht van DVAN Advocaten staan u graag te woord. Bel 010-3133900 of stuur een e-mail naar ernst-jan.griffioen@dvan.nl.

Meer publicaties over dit onderwerp

reageren of vragen?

Vul de tekst die hieronder wordt weergeven in:


Reacties