Franchisenemer mag minder kritisch zijn ten aanzien van omzetprognoses

Franchise partijen hebben elkaar nodig om tot win-winsituaties te komen.

door: op 07/12/15 in Retail, Handelsrecht,

Franchise, een concept waarbij beide partijen zich moeten inspannen om tot goede resultaten te kunnen komen. Zij hebben elkaar nodig om tot een win-winsituatie te komen. Zonder de franchisegever immers geen formule en zonder de franchisenemer geen (verdere) expansie van bijvoorbeeld de bekendheid van het merk.

In de fase voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst verstrekt de franchisegever onder meer omzetprognoses, zodat de franchisenemer voor zichzelf kan bepalen of hij – alle andere omstandigheden daarbij in overweging genomen – het exploiteren van de franchiseformule in die plaats en in dat winkelgebied ziet zitten. Aangezien franchiseovereenkomsten veelal voor de duur van vijf jaar worden aangegaan en de franchisenemer daar niet zomaar onderuit kan, spelen omzetprognoses een grote rol in die beoordeling.

Het is dan op z’n zachtst gezegd vervelend te noemen als de verstrekte omzetprognoses achteraf onjuist blijken te zijn geweest. Kan de franchisenemer daar dan nog iets tegen ondernemen? Of kan hij in zo’n geval niets anders dan de overeenkomst uitzitten?

Hoewel het een zware toets is, kan de franchisenemer in een voorkomend geval proberen de overeenkomst op grond van dwaling te vernietigen. Volgens vaste jurisprudentie is daarvoor wel vereist dat de prognose gebaseerd is op een onjuiste voorstelling van ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bestaande omstandigheden of verkeerde, op dat moment reeds bekende, uitgangspunten dan wel andere (ernstige) fouten in de onderbouwing en/of de berekening van de prognose.  

Maar valt in zo’n geval niet ook de franchisenemer iets te verwijten? Had deze niet kritischer moeten zijn toen hij de prognoses onder ogen kreeg? Of misschien zelfs onderzoek moeten doen? De Rechtbank Den Haag oordeelde eind 2012 in een dergelijke zaak van wel (Rb. Den Haag 19 september 2012, LJN BY1753). Die rechtbank vond dat omzetprognoses dusdanig belangrijke hulpmiddelen zijn voor een kandidaat-franchisenemer om te beslissen of hij de franchiseovereenkomst al dan niet aan zal gaan, dat van zo’n kandidaat een “kritische grondhouding” mag worden verwacht ten aanzien van de verstrekte omzetprognoses. Neemt de kandidaat deze houding niet aan, dan kan hij zich er ook niet op beroepen dat de prognoses ondeugdelijk waren.

Met dit oordeel week de Rechtbank Den Haag wezenlijk af van eerdere rechtspraak ten aanzien van dit onderwerp. Dat het Gerechtshof Den Haag deze uitspraak in hoger beroep dan ook weer teruggedraaide (Gerechtshof Den Haag 9 juni 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1707, gepubliceerd op 10 oktober 2015), kwam dan ook niet als een verrassing. Door te breken met de kritische grondhoudingslijn, heeft het gerechtshof de oude leer bevestigd en geldt nog steeds dat de franchisenemer de overeenkomst mogelijk kan vernietigen, als hij kan aantonen dat hij (1) ten tijde van het sluiten van de overeenkomst een verkeerde voorstelling van zaken had en (2) hij, indien hij wel juiste gegevens verstrekt zou hebben gekregen, de overeenkomst niet zou zijn aangegaan.

REAGEREN OF VRAGEN?