"Turboliquidatie"

Zonder gevaar?

door: Daniëlle Dix op 10/11/15 in Insolventierecht ,

Het toewerken naar een turboliquidatie (ontbinding BV zonder wettelijke vereffening) gebeurt in de praktijk vaak, maar is niet geheel zonder risico. 

Als het wenselijk is een BV te beëindigen, zijn er meerdere mogelijkheden om dat te doen. Wordt gekozen voor de weg van ontbinding, dan zal bezien moeten worden wat daartoe de geëigende procedure is. Om tijd en kosten te besparen, wordt in de praktijk regelmatig aangestuurd op een ontbinding zonder wettelijke vereffening: de ‘turboliquidatie’. Het toewerken naar een turboliquidatie is echter niet geheel zonder risico’s en in situaties waarin een BV (bekende) schulden heeft, is extra voorzichtigheid geboden.

Reguliere ontbindingsprocedure, turboliquidatie of faillissement?

Wat de geëigende procedure is, hangt af van het antwoord op de vraag welke baten (en schulden) er – op de beoogde (effectieve) datum van ontbinding – daadwerkelijk zijn en redelijkerwijs nog te verwachten zijn.

  • Reguliere ontbindingsprocedure: ontbinding met wettelijke vereffening

Als de BV op de datum van het effectief worden van het ontbindingsbesluit baten heeft, houdt de BV niet direct op te bestaan. Er is dan namelijk nog een vermogen dat vereffend moet worden. Dat gebeurt door één of meer aangestelde vereffenaars. Vaak zijn dat degenen die ook bestuurders van de BV waren. De vereffeningswerkzaamheden houden kort samengevat in dat alle vorderingen worden geïnd, alle schulden worden voldaan en alle rechtsverhouding volledig worden beëindigd. De vereffenaars maken een rekening en verantwoording van de vereffening op en – als er meerdere gerechtigden zijn tot het batig saldo na vereffening - een plan van verdeling. Als daartegen geen bezwaar wordt gemaakt door de crediteuren, gaan de vereffenaars over tot uitkering van het batig saldo en houdt de BV daarna op te bestaan. Gezien de wettelijke termijn die crediteuren hebben om genoemd bezwaar te maken, zal de reguliere ontbindingsprocedure ten minste 2 maanden in beslag nemen.

  • Turboliquidatie: ontbinding zonder wettelijke vereffening

Als de BV op de datum van het effectief worden van het ontbindingsbesluit geen baten heeft, en deze ook niet zijn te verwachten, houdt de BV wél meteen op te bestaan. Er is dan namelijk geen vermogen dat vereffend moet worden.  

Van een BV zonder baten kan in beginsel alleen sprake zijn als het saldo van de balans nul is. Daarnaast dient, zoals hierboven aangegeven, ook rekening te worden gehouden met potentiële baten. Er zou bijvoorbeeld een latente belastingvordering kunnen bestaan al dan niet op grond van de laatste aangifte, de BV zou in een procedure betrokken kunnen zijn waarvan de uitkomst nog onzeker is, de BV zou (potentiële) vorderingen kunnen hebben op bestuurders, aandeelhouders of derden, etc.

Als duidelijk is dat er op het moment van de ontbinding (potentiële) baten zijn, moet vereffend worden en kan geen turboliquidatie plaatsvinden.

  • Faillissement

Zijn er wel baten, maar is het saldo van de baten en lasten negatief, dan houdt de BV door ontbinding niet op te bestaan maar dient het vermogen van de BV als een faillissement te worden afgewikkeld. In dit geval wordt een curator benoemd die onder toezicht het vermogen van de failliete BV afwikkelt. Blijkt van deze vermogenspositie nadat het ontbindingsbesluit effectief is geworden, dan dient de aangifte tot faillietverklaring door de vereffenaar(s) te worden gedaan, tenzij alle bekende schuldeisers instemmen met voortzetting van de vereffening buiten faillissement.

Wat zijn risico’s van onterechte turboliquidatie?

In de praktijk komt het regelmatig voor dat het bestuur van een BV, voorafgaand aan de ontbinding van de BV, vereffeningshandelingen verricht, zodat alsnog een turboliquidatie kan plaatsvinden. Het toewerken naar een turboliquidatie is echter niet geheel zonder risico’s.

Mocht na het ontbindingsbesluit bijvoorbeeld blijken dat de BV wel baten had, dan kan dit tot gevolg hebben dat de BV (formeel juridisch) altijd is blijven bestaan. In dat geval zijn de verplichtingen van het bestuur ook blijven doorlopen, zoals die tot het opstellen en publiceren van een jaarrekening. Zeer waarschijnlijk heeft het bestuur daar niet aan voldaan, het ging er immers van uit dat de BV er niet meer was.

Ingeval ten onrechte tot turboliquidatie is overgegaan terwijl de BV nog schulden heeft, dreigt het risico dat de BV geacht wordt in een toestand te verkeren dat zij is opgehouden met betalen, en zouden schuldeisers van de BV de mogelijkheid hebben alsnog faillissement van de BV aan te vragen. In een eventuele faillissementssituatie, die dus na ontbinding kan volgen, kan een bestuurder die niet aan genoemde administratieplicht en/of publicatieplicht heeft voldaan door de curator (hoofdelijk) aansprakelijk worden gehouden voor het tekort in de boedel van de BV. Met het nalaten van genoemde verplichtingen komt namelijk ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’ vast te staan en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is.

Ook kan een rechter, op verzoek van een schuldeiser, oordelen dat het achterwege laten van de vereffening ondanks de aanwezige baten, een onrechtmatige daad is geweest tegenover de schuldeisers; het naar de nulstand toewerken van het balanstotaal zou neer kunnen komen op een bevoordeling van sommige schuldeisers boven anderen dan wel op het doen van een uitkering aan (een) gerechtigde(n) die te hoog is geweest. Ook aandeelhouders kunnen aansprakelijk zijn, wanneer zij wisten of redelijkerwijs behoorde te voorzien dat de BV na de uitkering niet zou kunnen voortgaan met het betalen van opeisbare schulden.

Conclusie

Wanneer een BV op de datum van het effectief worden van het ontbindingsbesluit geen (potentiële) baten heeft, kan tot turboliquidatie worden overgegaan. Wanneer de BV echter (bekende) schulden heeft, is extra voorzichtigheid geboden.

Het toewerken naar een turboliquidatie gebeurt in de praktijk vaak, maar is niet geheel zonder risico. Indien achteraf mocht blijken dat ten onrechte tot turboliquidatie is overgegaan, kan dat de bestuurder(s) duur komen te staan (en in sommige gevallen ook de aandeelhouder(s)).

Welke procedure ook wordt gekozen, het is primair aan de bestuurders (of vereffenaars na ontbinding) om te zorgen dat het vermogen van de BV op een behoorlijke manier wordt afgewikkeld.

ook interessant

Mijn debiteur is ontbonden. Hoe krijg ik nu betaald?

Meer publicaties over dit onderwerp

reageren of vragen?

Vul de tekst die hieronder wordt weergeven in:


Reacties