"Kan ik de 30%-regeling toepassen op mijn werknemer?"

door: Hazan Senyuva op 13/07/18 in Arbeid, medezeggenschap & pensioen ,

Doel van de 30%-regeling

De 30%-regeling volgt uit de Wet op de loonbelasting 1964 en heeft als doel om Nederland aantrekkelijk te houden als vestigingsland voor deskundige buitenlandse werknemers. Als een buitenlandse werknemer over een op de Nederlandse markt schaarse specifieke deskundigheid beschikt, en voldoet aan de overige voorwaarden, kan gebruik worden gemaakt van de 30%-regeling. De werknemer ontvangt dan 30% van het loon belastingvrij. De bedoeling is dat de werknemer daarmee wordt gecompenseerd voor de (on)kosten die het werken en wonen in Nederland met zich meebrengt.

In de Tweede Kamer stuit de 30%-regeling (nog altijd) op veel weerstand. Een veel voorkomend kritiekpunt is dat de regeling geen plafond kent en de onbelaste vergoeding voor de hiervoor in aanmerking komende werknemers in veel gevallen hoger is dan de (on)kosten die een werknemer daadwerkelijk heeft in Nederland. Ook de vakbonden zouden de regeling liever aanpassen of zelfs afschaffen. Het zou slechts een verdienmodel zijn voor werkgevers, leiden tot een verstoring van de arbeidsmarkt en een compensatie bieden voor met name hoge(re) inkomens. In 2016 heeft de Hoge Raad[1] geoordeeld dat de 30%-regeling niet systematisch leidt tot een duidelijke overcompensatie van de werkelijk gemaakte kosten. Daarnaast is uit de onderzoeken van het FEI[2] en Dialogic gebleken dat de regeling nog altijd doelmatig en doeltreffend wordt bevonden. De regeling is dan ook nog altijd van kracht en kan worden toegepast als voldaan is aan de volgende voorwaarden.

Voorwaarden 30%-regeling

1. Dienstbetrekking en het fiscale loon

De eerste voorwaarde is dat sprake moet zijn van een dienstbetrekking. Of de werknemer beschikt over schaarse specifieke deskundigheid wordt in principe getoetst aan de hand van het fiscale loon. De werknemer beschikt over specifieke deskundigheid als het loon van de werknemer:

  • jaarlijks ten minste € 37.296 (2018) verdient;
  • als de werknemer jonger is dan 30 jaar en een (universitaire) master heeft behaald, geldt een lagere loongrens van € 28.350 (2018);
  • een uitzondering op de loonnorm is voor buitenlandse werknemers die in Nederland werken voor wetenschappelijk onderzoek, in het onderwijs bij een aangewezen onderzoeksinstelling of als arts in opleiding zijn tot specialist. Die werkzaamheden kwalificeren op zichzelf als een specifieke deskundigheid.

Uit het onderzoek van het FEI blijkt dat het gemiddelde salaris van de werknemer op wie de 30%-regeling van toepassing is, € 90.000 per jaar bedraagt. In dat geval kan de werkgever dus (maximaal) € 38.571,-- als belastingvrije vergoeding verstrekken en € 51.429,-- als belast fiscaal loon. Hoewel het fiscale loon in dit voorbeeld ruim boven de gestelde loongrens zit en hier dus geen probleem vormt, moet bij het bepalen van de vergoeding er rekening mee gehouden worden dat het resterende loon exclusief vergoeding minimaal
€ 37.296 (2018) bedraagt.

2. 24-maandstermijn

Het enkele feit dat een buitenlandse werknemer in Nederland komt werken is in beginsel niet voldoende om als ingekomen werknemer te worden aangemerkt in de zin van de 30%-regeling. De werknemer moet minimaal 16 van de 24 maanden voordat hij in Nederland komt werken buiten een straal van 150 km van de Nederlandse grens hebben gewoond. Komt de werknemer uit België of West-Duitsland in Nederland werken, dan geldt de 30% regeling dus in principe niet. Voor gepromoveerde werknemers geldt een minder strikte regel als het gaat om de 24-maandstermijn.

3. Beschikking

Om gebruik te kunnen maken van de 30%-regeling moeten partijen een aanvraag voor een beschikking doen bij de Belastingdienst. De beschikking is in principe na de datum van afgifte 8 jaar geldig, of zoveel eerder als de werknemer uit dienst treedt bij de werkgever. Als een werknemer binnen drie maanden na uitdiensttreding bij een nieuwe werkgever in dienst treedt, kan hij gebruik blijven maken van dezelfde beschikking, aldus de Hoge Raad.

Het kabinet is in beraad over de verkorting van de looptijd van de beschikking van 8 naar 5 jaar. Op Prinsjesdag (2018) zal duidelijk worden of deze wijziging doorgang zal vinden per 1 januari 2019. Als de wijziging doorgang vindt, zal er waarschijnlijk geen overgangsrecht komen. De verkorting zal daarmee gelden voor zowel nieuwe als oude gevallen.

Heeft u vragen over de 30%-regeling? Neem dan vrijblijvend contact op met het team Arbeidsrecht.

[1] HR 4 maart 2016, 12/05577bis, BNB 2016/153.
[2] Download het rapport van het Fiscaal Economisch Instituut op www.feibv.nl

Meer publicaties over dit onderwerp

reageren of vragen?

Vul de tekst die hieronder wordt weergeven in:


Reacties