Zoeken

Wetsvoorstel Uitbreiding bestuurlijke handhaving volksgezondheidswetgeving

Datum:
10 augustus 2010
 
Tell a friend RSS feed

Vind een medewerker

Naam:
Branche: Rechtsgebied:

Wetsvoorstel Uitbreiding bestuurlijke handhaving volksgezondheidswetgeving

Op dinsdag 13 april 2010 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Uitbreiding bestuurlijke handhaving volksgezondheidswetgeving (EK 31.122, A) aangenomen. De wet is opgenomen in Staatsblad 191 van 28 mei 2010.

Dit wetsvoorstel breidt in een aantal wetten op het gebied van de volksgezondheid de handhavingsmogelijkheden van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uit met de bevoegdheid tot het opleggen van bestuurlijke boetes. Hierdoor mag de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) boetes opleggen aan zorginstellingen die in de zorg te kort schieten.

Met dit voorstel krijgt de IGZ, in het kader van het toezicht, ook de bevoegdheid om zonder toestemming van de patiënt het patiëntendossier in te zien.

In het kader van de modernisering van het zorgstelsel (Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) is er in de zorg een toenemende aandacht voor transparantie en borging van kwaliteit. Met deze toenemende transparantie wordt een effectief toezicht op de kwaliteit van de zorg ook steeds belangrijker. Zorgconsumenten denken vaak dat de kwaliteit van de zorg overal hetzelfde of in ieder geval vergelijkbaar is. Met de toenemende transparantie komen echter verschillen binnen de zorg en daarmee ook verbetermogelijkheden en risico’s steeds meer aan het licht. De aangenomen wet speelt in op deze ontwikkeling. Het beoogt het handhavingsinstrumentarium van de inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) uit te breiden met de mogelijkheid om zelf corrigerend op te treden, met name door haar de bevoegdheid te geven om een bestuurlijke boete op te leggen. Een snellere sanctionering draagt bij aan een betere naleving, zo is het idee.

Aanvankelijk bestonden er nog enige bezwaren tegen het wetsvoorstel. Zo was niet duidelijk genoeg in hoeverre er samenloop van verschillende sancties kan plaatsvinden. Daarbij ging het met name over de samenloop van de bestuurlijke boete en het strafrecht. Ook de mogelijkheden van grootschalige onderzoeken door de IGZ met gebruik van niet geanonimiseerde gegevens van patiënten wordt enigszins kritisch bekeken. Het is uiteraard niet de bedoeling dat derden inzage kunnen krijgen in de gegevens die de IGZ verzamelt ter verbetering van de kwaliteit van de zorg.

Inmiddels is het duidelijk dat dubbele berechting niet mogelijk is als het gaat om gedragingen die zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk berecht kunnen worden. Bij de keuze dient ten aanzien van beroepsbeoefenaren “in eerste instantie de procedure te worden gevolgd die het meest op de gezondheidszorg is gericht”. Dat wil zeggen de bestuurlijke boete en het tuchtrecht. Daarbij is het strafrecht het ultimum remedium, aldus de Minister, wanneer andere instrumenten falen of niet voorhanden zijn.