Voldoening Koopprijs Aandelen door Schuldoverneming
Onlangs hebben de Rechtbank Arnhem en het Hof Leeuwarden zich allebei uitgesproken over de nietigheid van een schuldoverneming die plaatsvond in het kader van een aandelentransactie. In beide gevallen gaat het om een enig aandeelhouder (tevens enig bestuur) van een vennootschap die zijn aandelen in die vennootschap aan een derde verkoopt. Deze derde neemt, bij wijze van betaling van een deel van de koopprijs, een schuld van de verkoper aan de vennootschap over. Na de aandelentransactie, en dus ook na de schuldoverneming, gaat de vennootschap (tevens schuldeiser) failliet en tast de curator met succes de schuldoverneming aan. De rechtsgrond op basis waarvan de Rechtbank Arnhem de vordering van de curator toewijst, is echter een andere dan die aan het oordeel van het Hof Leeuwarden ten grondslag ligt.
In de zaak die bij de Rechtbank Arnhem speelde, waren de volgende rechtsvragen van belang:
- welk vormvereisten gelden voor schuldoverneming (6:155 BW)?
- in hoeverre speelt een rol dat er sprake is van een zogeheten ‘éénpersoonsvennootschap’ (2:247 BW)?
In de zaak waarover het Hof Leeuwarden zich boog, kwam de ‘tegenstrijdig belang’ regeling uitvoerig aan de orde (art. 2:256 BW).
Vormvereisten schuldoverneming (6:155 BW)
Een schuldoverneming heeft pas werking tegenover de schuldeiser, indien (i) deze aan haar is medegedeeld door de schuldoverdrager aan de schuldovernemer en (ii) de schuldeiser toestemming voor de schuldoverneming heeft gegeven.
Schriftelijkheidsvereiste en éénpersoonsvennootschap (2:247 BW)
De wet schrijft voor dat rechtshandelingen van een vennootschap tegenover haar enig aandeelhouder schriftelijk moeten worden vastgelegd, indien de vennootschap bij deze rechtshandeling wordt vertegenwoordigd door die aandeelhouder. De sanctie op niet-naleving van dit vereiste is dat de betreffende rechtshandeling kan worden vernietigd. Dit zal leiden tot het terugdraaien van de gevolgen van de rechtshandeling. Benadeling van schuldeisers is daarvoor overigens geen vereiste. Het enkele feit dat de rechtshandeling niet schriftelijk is vastgelegd, is dus voldoende!
Oordeel Rechtbank Arnhem
De Rechtbank Arnhem oordeelde dat de mededeling aan de schuldeiser niet aan een bepaalde vorm is gebonden (en ook kan blijken uit een gedraging), maar dat de toestemming wél schriftelijk moet plaatsvinden indien degene die de schuld overdraagt tevens enig aandeelhouder van de vennootschap is. Het gaat in dat geval namelijk om een rechtshandeling van de (éénpersoons)vennootschap tegenover haar enig aandeelhouder, waarbij zij ook door die enig aandeelhouder wordt vertegenwoordigd. Omdat niet van een schriftelijke toestemming voor de schuldoverneming is gebleken, kan de vennootschap (en dus haar curator in faillissement) de toestemming vernietigen, als gevolg waarvan de schuldoverneming nietig is, aldus de Rechtbank Arnhem.
Tegenstrijdig belang (2:256 BW)
Van een tegenstrijdig belang situatie is sprake indien een vennootschap een rechtshandeling verricht en (i) haar bestuurder daarbij een eigen persoonlijk belang heeft dat niet parallel loopt met dat van de vennootschap, (ii) waardoor de bestuurder in de gegeven omstandigheden niet objectief en integer de belangen van de vennootschap kan behartigen. Te denken valt aan een bestuurder die met de vennootschap een arbeidsovereenkomst aangaat en zichzelf daarbij een excessieve beloning toekent. Is sprake van een tegenstrijdig belang situatie, dan is de bestuurder onbevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. Dit is anders indien tegenstrijdig belang in de statuten is weggeschreven en/of de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) de bestuurder als (bijzonder) vertegenwoordiger heeft aangewezen. Schending van de tegenstrijdig belang regeling leidt tot nietigheid en onder omstandigheden tot bestuurdersaansprakelijkheid. Uit recente rechtspraak over tegenstrijdig belang blijkt echter dat, voor de situatie dat tegenstrijdig belang niet is weggeschreven, onder bijzondere omstandigheden, het enkele ontbreken van een formeel aanwijzingsbesluit van de AVA niet gevolg heeft dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de betrokken bestuurder ontbreekt. Daarvan zal sprake kunnen zijn als onmiskenbaar duidelijk is dat de aandeelhouders de mogelijkheid van een tegenstrijdig belang onder ogen hebben gezien en tevoren ondubbelzinnig hebben ingestemd met het optreden van de betrokken bestuurder als (bijzonder) vertegenwoordiger van de vennootschap.
Oordeel Hof Leeuwarden
Het Hof Leeuwarden oordeelde dat de bestuurder (tevens enig aandeelhouder en schuldoverdrager) er niet op mocht vertrouwen dat de koper (schuldovernemer) een even solvabele debiteur was als hijzelf. De bestuurder had een privé belang, namelijk het bevrijd zijn van de schuld, en dat belang liep niet parallel met dat van de vennootschap (schuldeiser) nu de vennootschap in een slechtere positie is gekomen. Vervolgens komt het Hof tot het oordeel dat in de gegeven omstandigheden de bestuurder niet integer en objectief de belangen van de door hem vertegenwoordigde vennootschap heeft kunnen behartigen bij het geven van de toestemming voor de schuldoverneming. Volgens het Hof was dus sprake van een tegenstrijdig belang situatie. Nu het tegenstrijdig belang niet in de statuten was weggeschreven en een expliciet aanwijsbesluit van de AVA ontbrak, moet de bestuurder worden geacht onbevoegd te zijn geweest de vennootschap bij het verlenen van de toestemming voor de schuldoverneming te vertegenwoordigen, aldus het Hof. Gesteld noch gebleken is dat de aandeelhouder vóór, bij of na het tekenen van de notariële akte van levering (waarin de schuldoverneming werd genoemd) het tegenstrijdig belang onder ogen heeft gezien. Volgens het Hof is dan ook geen sprake van bijzondere omstandigheden, waardoor aan het enkele ontbreken van een formeel aanwijzingsbesluit niet het gevolg wordt verbonden dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de betrokken bestuurder ontbreekt.
Conclusie
Draagt een schuldenaar een schuld over aan een derde, terwijl hij enig aandeelhouder en enig bestuurder is van de schuldeiser, dan doet hij er verstandig aan (i) ervoor te zorgen dat de toestemming schriftelijk wordt verleend en (ii) zichzelf expliciet aan te wijzen als (bijzonder) vertegenwoordiger van de vennootschap zodat hij de schriftelijke toestemming voor de schuldoverneming namens de vennootschap kan verlenen. Veronachtzaming hiervan kan er – blijkens de uitspraak van de Rechtbank Arnhem en het Hof Leeuwarden – namelijk toe leiden dat de schuldoverneming wordt aangetast.

