Zoeken

Verzuim instelling ondernemingsraad maakt bedrijfseconomische opzegging niet kennelijk onredelijk

Datum:
27 juni 2012
 
Tell a friend RSS feed

Vind een medewerker

Naam:
Branche: Rechtsgebied:

Verzuim instelling ondernemingsraad maakt bedrijfseconomische opzegging niet kennelijk onredelijk

Het hof Den Bosch oordeelde onlangs dat een bedrijf dat wel een ondernemingsraad had moeten hebben, maar deze niet heeft, desalniettemin een reorganisatie mag doorvoeren. De enkele afwezigheid van een ondernemingsraad maakt een ontslag niet kennelijk onredelijk.

Een werknemer klaagde bij de kantonrechter dat een ontslag kennelijk onredelijk was en hij derhalve recht had op schadevergoeding, omdat het bedrijf niet beschikte over een ondernemingsraad terwijl deze wel verplicht was. De kantonrechter en later ook het hof Den Bosch oordeelde echter dat een ten onrechte niet aanwezige ondernemingsraad het aan de werknemer gegeven ontslag om die reden nog niet kennelijk onredelijk doet zijn. Het hof acht in dit verband van belang dat er bij de betreffende werkgever weliswaar geen sprake was van een ondernemingsraad, maar dat binnen de onderneming wel een personeelsvertegenwoordiging aanwezig was en dat deze is geconsulteerd. Het feit dat de personeelsvertegenwoordiging te laat is geconsulteerd doet hieraan niets af, nu uit de verklaringen van de voorzitter van die vertegenwoordiging blijkt dat hij kon instemmen met het ontslag en werknemer niet heeft aangetoond dat een ondernemingsraad andere maatregelen of voorzieningen had kunnen treffen.

Ook op andere gronden was het ontslag niet kennelijk onredelijk. Er is sprake van een dienstverband van zeven jaar. De werknemer werkte als stukadoor zonder diploma’s en is 56 jaar oud ten tijde van zijn ontslag. Werknemer verwijt werkgever verder dat zij heeft nagelaten scholing aan te bieden of andere vormen van loopbaanbeleid.

Hier staat tegenover dat de werkgever in zwaar economisch weer verkeerde, de reorganisatie met de personeelsvertegenwoordiging is besproken. Het hof is derhalve van mening dat de werkgever niet tekort is geschoten in haar verplichting om als goed werkgever te handelen. De financiële situatie van de werkgever ten tijde van het ontslag is zodanig dat deze niet noopte tot uitbetaling van enige vergoeding.

TIP
Ook deze uitspraak leert weer dat een aanspraak op een ontslagvergoeding bij een bedrijfsorganisatorisch ontslag in geval van opzegging van de arbeidsovereenkomst geen zekerheid is. Een goede onderbouwing van de bedrijfseconomische achtergronden en overleg met een vertegenwoordiging van de werknemers danwel ondernemingsraad is echter wel van belang. Zoals zo vaak geldt ook hier het adagium een goed begin is het halve werk.

Bron: Hof Den Bosch, 29 mei 2012, LJN BW7203