Zoeken

Twee overeenkomsten? Of toch één?

Auteur(s):
Datum:
20 april 2012
 
Tell a friend RSS feed

Vind een medewerker

Naam:
Branche: Rechtsgebied:

Twee overeenkomsten? Of toch één?

Onlangs heeft de Hoge Raad zich weer uitgesproken over de gevolgen van een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst voor een daarmee samenhangende overeenkomst. Deze keer ging het over een balansgarantie in een notariële leveringsakte van aandelen en een daarmee samenhangende geldleningsovereenkomst.

Feiten
X heeft in 2004 haar aandelenbelang van 60% in Mondial Keukens Benelux B.V. (MKB) verkocht en overgedragen aan Euretco. In de notariële leveringsakte is een balansgarantie opgenomen met betrekking tot de jaarcijfers 2003. De koopsom is omgezet in een geldlening, waarvan de voorwaarden zijn vastgelegd in een aparte geldleningsovereenkomst. Daarin staat onder meer dat Euretco maandelijks rente is verschuldigd aan X en dat de lening in drie jaarlijkse termijnen zal worden afgelost c.q. dat algehele aflossing plaatsvindt bij verkoop en levering van de aandelen door Euretco aan een derde.Verder is in de geldleningsovereenkomst een aanpassingsclausule opgenomen:

Indien uit een due diligence onderzoek van een (potentiële) koper in 2005 blijkt dat de jaarcijfers 2003 van MKB met de daarbij behorende toelichting geen juiste voorstelling van zaken geven, zal de daaruit voortvloeiende correctie van de koopprijs in redelijkheid in onderling overleg dan wel in een arbitrageprocedure worden bepaald en zal X het bedrag dat met de correctie is gemoeid aan Euretco kwijten op het geleende bedrag.

Euretco besluit de aandelen door te verkopen. De potentiële koper - Internationale Meubel Groep (IMG), die al een 20% aandelenbelang had in MKB - laat een due diligence onderzoek uitvoeren.

Gedurende dat due diligence onderzoek blijkt dat bepaalde verkoopbonussen verkeerd zijn verwerkt in de jaarrekening 2003. Dat wordt duidelijk nog voordat het due diligence onderzoek is afgerond en zou volgens Euretco – wegens schending van de balansgarantie – moeten leiden tot een koopsomcorrectie. X is het daar niet mee eens, maar overleg leidt tot niets. De schending is voor Euretco reden om de uitvoering van haar verplichtingen onder de geldleningsovereenkomst op te schorten. Nadat betaling door Euretco van twee rentetermijnen uitblijft, ook na sommatie door X, ontbindt X de geldleningsovereenkomst en eist X de hele koopsom/geleende som in een keer op. X daagt Euretco vervolgens voor de rechter en vordert onder meer een verklaring voor recht dat zij de geldleningsovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden.

Hof
Volgens het hof betekent het enkele feit dat partijen het niet eens zijn over de vraag of de koopsom aangepast moet worden, nog niet dat ook geen rente hoeft te worden betaald. Er was aan de zijde van X namelijk nog geen sprake van (schuldeisers)verzuim van de verplichtingen uit de geldleningsovereenkomst: X was niet in gebreke gesteld, het due diligence was nog niet afgerond en de arbitrage waarin de aanpassingsclausule uit de geldleningsovereenkomst voorzag, was nog niet eens opgestart. Daarentegen had Euretco zelf wel al de beschikking over de aandelen, met de daaraan verbonden voordelen, waarvoor zij de koopsom van X had geleend. Dit alles maakt, volgens het hof, dat Euretco haar renteverplichtingen onder de geldleningsovereenkomst onbevoegd had opgeschort, waardoor Euretco terzake in verzuim verkeerde en X bevoegd was de geldleningsovereenkomst te ontbinden.
Hoge Raad
De Hoge Raad laat het oordeel van het hof niet in stand en meent dat het hof niet had kunnen volstaan met een oordeel over alleen de geldleningsovereenkomst. Volgens de Hoge Raad is het hof eraan voorbij gegaan dat de bepalingen van de leveringsakte (waaronder de balansgarantie) en die van de geldleningsover­eenkomst in wezen onderdeel uitmaakten van één overeenkomst (te weten de aandelentransactie), in elk geval zeer nauw met elkaar samenhingen, en dat alleen voor vastlegging van de afspraken in verschillende akten is gekozen om de inhoud van de geldleningsovereenkomst niet aan bepaalde derden kenbaar te maken. Het oordeel van het hof dat Euretco op grond van de gestelde wanprestatie (schending van de balansgarantie) niet bevoegd zou zijn tot opschorting van haar renteverplichtingen onder de geldleningsovereenkomst, is volgens de Hoge Raad dan ook onbegrijpelijk.

Samengevat komt het erop neer dat een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis uit de ene overeenkomst (in dit geval schending van de balansgarantie), opschorting kan rechtvaardigen van een verplichting die voortvloeit uit een daarmee samenhangende overeenkomst (in dit geval de renteverplichtingen onder de geldleningsovereenkomst). Dit arrest illustreert hoe belangrijk het is voor contractspartijen om de eventuele samenhang tussen afzonderlijke verplichtingen goed in het oog te houden.

Hoge Raad 3 februari 2012, LJN BU4907