Schijn bedriegt, dat weet toch iedereen?
Wie heeft de handtekeningenkaart voor uw zakelijke bankrekening getekend? Waarschijnlijk de statutair directeur, die ook bevoegd is om geld over te maken. En wie maakt het geld in de praktijk over? Is dat de bedrijfsleider? Bent u in dat laatste geval gebonden aan de handeling of kunt u de overschrijving nog terugdraaien? Nog zo’n vraag: zijn de bevoegdheden van uw personeel marktconform, of wijken ze af van de bevoegdheden die normaal met de functie gepaard gaan? En als dat laatste het geval is, bent u dan gebonden aan een onbevoegd verrichte handeling?
Allemaal vragen die verband houden met het risico dat u loopt om ongewild gebonden te zijn aan handelingen door uw personeel. Een risico dat onlangs door een arrest van de Hoge Raad groter is geworden.
Een bevoegd persoon kan uw onderneming binden. Dat is logisch. Als er sprake is van de “schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid” kan een niet bevoegde persoon dat echter ook. En dat is opmerkelijk. Het gaat om de persoon die bevoegd lijkt te zijn, maar dat niet is. Degene die als tegenpartij met deze schijnbevoegde handelt, leeft in de veronderstelling dat de persoon bevoegd is. Die veronderstelling is vals, want van echte bevoegdheid is geen sprake. Toch kunnen aan deze veronderstelling rechtsgevolgen worden gekoppeld. En dat terwijl iedereen weet dat schijn bedriegt. Er is sprake van bescherming van de “dwalende” derde omwille van een vlot lopend rechtsverkeer.
Vast staat, dat schijn voor werkelijk mag worden gehouden als u als achterman (u zelf als bevoegde persoon van uw onderneming) die schijntoestand door een “verklaring of gedraging” in de hand heeft gewerkt. Bijvoorbeeld doordat u aanwezig was bij het maken van afspraken. Dat kan ook gelden als de onbevoegdheid was ingeschreven in de registers van de kamer van koophandel. Ook dan kunt u als achterman de schijn wekken. Zelfs een niet handelen, kan als zodanig worden gezien bijvoorbeeld doordat u niet protesteerde zodra u weet had van de afspraken. Onlangs is dit vereiste in de rechtspraak verder uitgebreid. Ook als de derde vanwege feiten en omstandigheden die voor risico van uw onderneming komen mocht vertrouwen op de schijnbevoegdheid, kunt u gebonden zijn aan de afspraken. Uw “toedoen” is niet eens meer noodzakelijk.

