Opnieuw een loondoorbetalingsplicht van 2 jaar bij ziekte?
Het komt regelmatig voor dat een werkgever afspraken maakt met een zieke werknemer over aangepaste werkzaamheden. Het niet goed vastleggen kan leiden tot problemen.
Wanneer een werknemer ziek wordt en hierdoor niet in staat is de contractueel overeengekomen arbeid te verrichten, heeft de werkgever de plicht om gedurende 104 weken (een deel van) het loon door te betalen. In het kader van de re-integratie komt het nogal eens voor dat de werknemer aangepast werk gaat doen. Als dat wat langer duurt moet de werkgever de werknemer hierover informeren. Doe je dat niet dan kan een nieuwe loondoorbetalingstermijn ontstaan als de werknemer tijdens dat aangepaste werk nog eens ziek wordt. Het Gerechtshof Den Haag oordeelde hier onlangs over.
Feiten
Werknemer is sinds in dienst bij werkgever in de functie van heftruckchauffeur. Werknemer is in 1983 als gevolg van een hartinfarct 80-100 % arbeidsongeschikt verklaard. In 1984 heeft hij zijn werkzaamheden bij werkgever voor 20 uur per week, verdeeld over vier uur per dag, hervat. Op 7 november 2006 heeft werkgever werknemer verzocht om zijn werkzaamheden met ingang van 1 januari 2007 in de middag te gaan verrichten, als gevolg van wijziging van de tijdstippen van leveranties naar de middag, vanwege toenemende files. Werknemer is hiermee niet akkoord gegaan. Tussen partijen is op dit punt een conflict ontstaan. Werknemer heeft zich met ingang van 4 december 2006 ziek gemeld in verband met verhoogde bloeddruk.
Werkgever stelt dat zij het loon niet hoeft door te betalen, omdat sprake is van passende arbeid. Werknemer stelt dat sprake is van nieuwe bedongen arbeid, waarna door de ziekmelding een nieuwe loondoorbetalingsverplichting van 104 weken is gaan lopen.
Oordeel Gerechtshof
Vanwege de aard van de klachten van werknemer was niet te verwachten dat hij op enig moment weer zijn oorspronkelijke bedongen arbeid zou kunnen hervatten. Werkgever heeft niet gesteld, en ook is niet gebleken, dat zij na 1984 iets heeft ondernomen waaruit werknemer heeft moeten afleiden dat het werk dat hij laatstelijk verrichtte niet zijn - nieuw - bedongen arbeid is. Goed werkgeverschap brengt mee dat werkgever werknemer had moeten informeren indien zij van mening was dat dat niet zo was, althans actie had moeten ondernemen om duidelijkheid te scheppen in de situatie. Het Gerechtshof is van oordeel dat tegen deze achtergrond werknemer er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat de arbeidsovereenkomst in die zin is gewijzigd dat de bedongen arbeid bestond in het 4 uren per dag voor 5 dagen per week verrichten van zijn werkzaamheden als heftruckchauffeur (tegen verminderde loonwaarde). Ook mocht werknemer er gerechtvaardigd op vertrouwen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen stilzwijgend in die zin is gewijzigd dat de aangepaste arbeid de bedongen arbeid is geworden.
Gelet hierop dient de ziekte van werknemer met ingang van 4 december 2006 beschouwd te worden als een nieuw ziektegeval, waarvoor de termijn van artikel 7:629 lid 1 BW is gaan lopen.
Bron: Gerechtshof Arnhem 1 juni 2010, LJN BM5554