Zoeken

Kartelboete van E 518 miljoen voor producenten spanstaal

Auteur(s):
Publicatie:
Balans, nummer 14, 15 juli 2010
Datum:
16 juli 2010
 
Tell a friend RSS feed

Vind een medewerker

Naam:
Branche: Rechtsgebied:

Kartelboete van € 518 miljoen voor producenten spanstaal

De Europese Commissie (Commissie) heeft 17 producenten van spanstaal voor in totaal EUR 518470750 geldboeten opgelegd omdat zij 18 jaar (tot 2002) lang een kartel opereerden dat, op drie na, alle toenmalige EU-Lidstaten bestreek. De beschikking van de Commissie stelt vast dat de producenten het Europese verbod op kartels en concurrentiebeperkende praktijken van ondernemingen hebben overtreden. Spanstaal is de benaming voor metaaldraad en strengen uit metaaldraad die worden gebruikt in voorgespannen betonelementen zoals balkonelementen of funderingspalen, of bij bijvoorbeeld bruggenbouw. Dit is het vierde kartelbesluit sinds begin februari. Daarmee is het totale bedrag aan geldboeten die tot dusver voor kartels in 2010 zijn opgelegd opgelopen tot 1,493 miljard EUR.

Het kartel

Tussen januari 1984 en september 2002 hadden de producenten prijsafspraken gemaakt en de markten onder elkaar verdeeld voor alle landen die toen deel uitmaakten van de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Griekenland). In 2002 kwam een eind aan het kartel, toen DWK/Saarstahl het bestaan ervan onthulde in het kader van de EU-clementieregeling (die net dat jaar was ingevoerd) en de Commissie onaangekondigde inspecties uitvoerde op de bedrijfslocaties van vermoedelijke kartelleden.

Ruim 18 jaar lang hadden de ondernemingen individuele quota en prijzen vastgesteld, klanten onder elkaar verdeeld en commercieel gevoelige informatie uitgewisseld. Bovendien monitorden zij hun afspraken inzake prijzen, klanten en quota via een systeem van nationale coördinatoren en bilaterale contacten. Dit is een inbreuk van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

De eerste pan-Europese bijeenkomsten van het kartel vonden plaats in het Zwitserse Zürich; vandaar ook dat het kartel eerst de "club Zürich" werd genoemd. Nadien ging het de "club Europa" heten. Maar er waren ook twee regionale vertakkingen: in Italië ("Club Italia") en in Spanje en Portugal ("Club España"). De verschillende vertakkingen waren ook onderling verweven via overlappingen in het gedekte gebied en in hun ledenbestand en door hun gemeenschappelijke doelstellingen. De betrokken ondernemingen kwamen meestal bijeen in de marge van officiële branchebijeenkomsten in hotels over heel Europa. De Commissie beschikt over bewijsmateriaal voor meer dan 550 dergelijke kartelbijeenkomsten.

De boetes

Bij het bepalen van de boetebedragen hield de Commissie rekening met de verkopen van de bewuste ondernemingen op de betrokken markten in het laatste jaar vóór het kartel werd beëindigd (2001), maar ook met het feit dat het een zeer zware inbreuk betrof, met de geografische impact van het kartel en met de lange looptijd ervan. De Commissie heeft de geldboeten voor ArcelorMittal Fontaine en ArcelorMittal Wire France met 60% verhoogd (totale boete EUR 276 480 000), omdat deze ondernemingen al tweemaal een geldboete hadden gekregen voor kartels in de ijzer- en staalindustrie. Ook Saarstahl had in het balkenkartel al een geldboete gekregen, maar kreeg in dit kartel volledige boete-immuniteit verleend omdat het, op basis van de clementieregeling van 2002, als eerste met informatie naar de Commissie is gestapt.

Voorts hield de Commissie hield rekening met het feit dat Proderac (EUR 482 250) en Emme Holding (EUR 3 249 000) binnen het kartel een bescheidener rol speelden. Daarom verlaagde zij de geldboete voor beide ondernemingen met 5%.

Omdat het kartel zo lang heeft geduurd, zou voor diverse ondernemingen de geldboete boven het wettelijke plafond van 10% van de omzet voor 2009 uitkomen. Daarom zagen zij hun geldboete tot dat maximum teruggebracht.

Voorts heeft de Commissie ook boeteverminderingen verleend wegens medewerking in het kader van de clementieregeling van 2002 aan: Italcables/Antonini (50% korting, boete EUR 2 386 000), Nedri (25% korting, boete EUR 6 934 000), Emesa en Galycas (elk 5% korting, boetes EUR 40 800 000), ArcelorMittal en haar dochterondernemingen (20%), en WDI/Pampus (5% korting, boete EUR 56 050 000). ArcelorMittal España zag haar geldboete met 15% verminderd wegens haar medewerking buiten de clementieregeling om. Redaelli (EUR 6 341 000) en SLM (EUR 19 800 000) voldeden niet aan de voorwaarden voor een boetevermindering op basis van de verleende medewerking, en kregen dan ook geen boetevermindering.

Ten slotte heeft de Commissie in drie gevallen "onvermogen te betalen"-claims geaccepteerd en op basis daarvan de geldboeten die anders waren opgelegd verlaagd.

Schadeclaims

Particulieren of ondernemingen die van concurrentiebeperkende praktijken zoals in deze zaak te lijden hebben, kunnen de zaak voor de nationale rechter brengen en schadevergoeding eisen. Een besluit van de Commissie voor de nationale rechter kan als bindend bewijsmateriaal worden gebruikt dat de praktijken hebben plaatsgevonden en verboden waren.

Bron: website Commissie