De waarheid ligt in het midden
Het belang van een schriftelijk contract
Vaak komt het in procedures aan op wat een partij kan bewijzen. Het enkel stellen dat iets waarheid is, is, bij de betwisting daarvan, onvoldoende.
Bewijs kan op verschillende manieren worden geleverd. Verreweg het eenvoudigst is het schriftelijk bewijs. Zie daar het belang van een schriftelijk contract.
Voor de rechtbank in Arnhem loopt een procedure tussen retail organisatie Intres en een van haar Coach-franchisenemers over de betaling van bonusgelden. Intres stelt dat zij geen bonus verschuldigd is, omdat de franchisenemer minder dan drie vestigingen heeft. Dat zou een contractuele voorwaarde zijn. De franchisenemer stelt dat die voorwaarde niet is overeengekomen. Partijen verschillen dus van mening over de inhoud van hun afspraken. Deze afspraken liggen vast in een aantal brieven, maar die brieven sluiten niet naadloos op elkaar aan en laten daardoor ruimte voor discussie. Intres is degene die de afspraak zal moeten bewijzen. Bij het ontbreken van een schriftelijk contract is de kans groot dat zij het moet hebben van getuigen. Een vorm van bewijslevering die zelden een zeker resultaat geeft.
Voor de rechtbank in Rotterdam is door de Burger King organisatie geprocedeerd over de beëindiging van een franchise- en huurovereenkomst vanwege betalingsachterstanden. Een procedure die eenvoudig voorkomen had kunnen worden. Partijen hadden gesproken over een minnelijke oplossing voor de ontstane betalingsproblemen. De gesprekken hadden niet geleid tot een nieuwe schriftelijke overeenkomst. Franchisegever was het wachten zat en beëindigde de relatie. De franchisenemer vond echter dat er een minnelijke regeling was bereikt en daarmee ook een afspraak over voortzetting van de relatie en kwijtschelding van de betalingsachterstanden. De rechter was niet overtuigd bij gebrek aan bewijs.
Beide voorbeelden van het belang van een schriftelijk vastgelegde en duidelijke overeenkomst.

