Een duur(der) huis is geen reden voor verlaging van alimentatie
Dat heeft de Hoge Raad op 9 juli 2010 bepaald. In het aan haar voorgelegde geschil ging het om het volgende.
Aan het huwelijk van de man en vrouw, tussen wie het geschil speelt, was in 2004 een einde gekomen. Partijen hebben uit dit huwelijk samen drie minderjarige kinderen gekregen. In het kader van de kosten voor de verzorging en opvoeding van die kinderen, is in de echtscheidingsbeschikking bepaald dat de man maandelijks per kind een bedrag van € 100,- zal bijdragen.
Twee jaren na de echtscheiding heeft de man met het bedrag dat hij heeft ontvangen uit de boedelscheiding, een woning en een weiland gekocht en de woning verbouwd. Door de aankopen en de verbouwing waren de maandelijkse (hypothecaire) lasten dusdanig toegenomen dat de man niet langer in staat was de eerder vastgestelde kinderalimentatie te kunnen blijven voldoen. Om die reden heeft de man bij de rechtbank een wijzigingsverzoek voor de kinderalimentatie ingediend.
Dit wijzigingsverzoek is door de rechtbank niet, maar door het gerechtshof wel toegewezen. De Hoge Raad heeft de door het gerechtshof lager vastgestelde kinderalimentatie echter teruggedraaid. Aan die overweging heeft de Hoge Raad ten grondslag gelegd dat bij het vaststellen van de draagkracht, en de daarmee samenhangende kinderalimentatie niet alleen moet worden gekeken naar de middelen waarover de alimentatieplichtige beschikt, maar ook naar de middelen waarover hij had kunnen beschikken.
De Hoge Raad is van oordeel dat als de man het bedrag dat hij heeft ontvangen uit de boedelscheiding niet voor de aankoop van de woning en het weiland had aangewend, maar had belegd, de man een dusdanig rendement zou hebben behaald dat hij de bij de echtscheidingsbeschikking vastgestelde kinderalimentatie had kunnen blijven voldoen. Omdat de Hoge Raad van oordeel is dat de man had kunnen voorzien dat door de aankopen zijn maandelijkse lasten zo zouden stijgen dat hij niet langer aan zijn alimentatieverplichtingen zou kunnen voldoen, draait de Hoge Raad de uitspraak van het gerechtshof terug. De man dient dan ook de oorspronkelijk vastgestelde alimentatieverplichtingen te blijven voldoen.
Bron: www.alimentatie.nl en www.rechtspraak.nl

