Zoeken

Depositogarantiestelsel van De Nederlandse Bank

Publicatie:
BDO Balans
Datum:
4 december 2009
 
Tell a friend RSS feed

Vind een medewerker

Naam:
Branche: Rechtsgebied:

Depositogarantiestelsel van De Nederlandse Bank


Anouschka van Sermondt, advocaat Dijkstra Voermans Advocatuur & Notariaat

Het faillissement van een Nederlandse bank is tegenwoordig niet meer ondenkbaar. Rekeninghouders kunnen daardoor hun opgebouwde vermogen kwijtraken. Gelukkig biedt het depositogarantiestelsel van De Nederlandse Bank bescherming.


Depositogarantiestelsel; ook voor de kleine onderneming

Het depositogarantiestelsel van De Nederlandse Bank is een regeling die bepaalde banktegoeden van rekeninghouders garandeert als een bank failliet gaat. De regeling geeft zekerheid voor tegoeden tot een maximum van 100.000 euro. Niet alleen consumenten worden door deze regeling beschermd, maar ook kleine ondernemingen die een verkorte balans mogen publiceren. Een onderneming mag een verkorte balans publiceren indien zij voldoet aan twee van de drie volgende criteria: (1) een balanstotaal van € 4,4 miljoen of minder, (2) een netto omzet van € 8,8 miljoen of minder, (3) een gemiddeld aantal werknemers van 50 of minder gedurende het boekjaar.

Financiële ondernemingen uitgesloten van het depositogarantiestelsel

Voor de beantwoording van de vraag of een onderneming onder het depositogarantiestelsel valt, is dus van belang of de onderneming een verkorte balans mag publiceren. Vervolgens moet ook worden bepaald of de onderneming kan worden aangemerkt als een financiële onderneming. Financiële ondernemingen, hoe klein ook, zijn namelijk uitgesloten van het depositogarantiestelsel.

Wat een financiële onderneming is, volgt uit de wet. Zo wordt als financiële onderneming aangemerkt de ‘beleggingsonderneming’. Een beleggingsonderneming is volgens de wet degene die een beleggingsdienst verleent of een beleggingsactiviteit verricht. Nog een voorbeeld van een financiële onderneming is de ‘financiële instelling’. Daaronder wordt verstaan de instelling die, geen kredietinstelling zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van werkzaamheden zoals het verstrekken van leningen, het verlenen van garanties, het stellen van borgtochten en het verwerven of houden van deelnemingen.

De Beheer-BV; ook een financiële onderneming?

Gezien het voorgaande kan ook de zogenaamde ‘Beheer-BV’ of ‘Holding BV’ waarvan de statuten bepalen dat de werkzaamheden van die BV bestaan uit ‘… alsmede het (doen) financieren van…’ of ‘… het verstrekken en aangaan van geldleningen…’, worden aangemerkt als een financiële instelling. Een dergelijke Beheer-BV zal immers geldleningen verstrekken aan of aandelen houden in de zogenaamde ‘Werk-BV’ (de vennootschap waarin de primaire bedrijfsactiviteiten worden verricht). Daarmee lijkt de Beheer-BV te voldoen aan de beschrijving van het begrip financiële onderneming.

Betekent dit dat de banktegoeden van de Beheer-BV niet worden gegarandeerd als de bank failliet gaat? Op die vraag is (nog) geen eenduidig antwoord te geven. Hoe groot het risico is dat een Beheer-BV niet onder het depositogarantiestelsel valt en hoe omvangrijk de beleggings- en/of geldleningsactiviteiten moeten zijn, is niet op voorhand te zeggen. Naar verwachting zal de rechtspraak hierover in de toekomst meer duidelijkheid verschaffen.

Voor kleine ondernemingen biedt het depositogarantiestelsel dus bescherming bij een faillissement van de bank. Of dat ook geldt voor de Beheer-BV van de kleine onderneming, is echter nog maar de vraag.