Aansprakelijkheid na overheveling activa
In lijn met eerdere rechtspraak heeft het Hof Leeuwarden onlangs geoordeeld dat het overhevelen van activa naar een nieuwe vennootschap onrechtmatig kan zijn, indien dit als doel heeft de verhaalsmogelijkheden van schuldeiser te verijdelen.
Feiten
Op 13 februari 2003 is Laboratory Glass Specialists B.V. (LGS (oud)) door de rechtbank Assen onder andere veroordeeld tot betaling van een geldsom aan Op- en Overslag Hoogeveen B.V. (OOH). X was destijds bestuurder van LGS (oud).
Enige tijd na die veroordeling, heeft X activa en bedrijfsactiviteiten van LGS (oud) ondergebracht in één van zijn andere houdstermaatschappijen. De verkrijgende houdstermaatschappij is vervolgens omgedoopt in LGS. De koopprijs voor de activa is voldaan door de vastgestelde waarde van de activa in mindering te laten komen op de openstaande schuld van LGS (oud) aan X. De aandelen in LGS (oud) zijn daarna overgedragen aan een derde.
OOH heeft vervolgens in rechte nakoming gevorderd door LGS van de niet door LGS (oud) nagekomen veroordeling. Hieraan heeft OOH ten grondslag gelegd dat LGS vereenzelvigd dient te worden met LGS (oud). Subsidiair heeft OOH schadevergoeding gevorderd wegens onrechtmatige daad. De laatste vordering heeft de Rechtbank Assen toegewezen. LGS en X gaan vervolgens in beroep, en vorderen vernietiging van het vonnis.
Hof Leeuwarden
Vereenzelviging
Het Hof overweegt dat voor vereenzelviging sprake moet zijn van omstandigheden van uitzonderlijke aard. Anders dan de Rechtbank, is het Hof van oordeel dat de gegeven omstandigheden van het geval daartoe ontoereikend zijn. Bij dat oordeel hebben LGS en X echter geen belang, nu de Rechtbank de vordering van X had toegewezen op grond van onrechtmatige daad.
Bewijsvermoeden
Het Hof is met de Rechtbank van oordeel dat de omstandigheden van het geval het vermoeden rechtvaardigen dat X de activa en bedrijfsactiviteiten van LGS (oud) naar LGS heeft overgeheveld – en vervolgens de aandelen van LGS (oud) aan een derde heeft overgedragen – met als doel de verhaalsmogelijkheden van schuldeisers zoals OOH LGS (oud) te verijdelen. Dit resulteert in het bewijsvermoeden dat aan de zijde van X als bestuurder van LGS (oud) sprake was van betalingsonwil c.q. dat X bewust een toestand heeft bewerkstelligd die betaling door LGS (oud) aan OOH verhindert.
Het Hof voegt daar nog het volgende aan toe. Door de activatransactie voldeed LGS (oud) aan de schuld die zij aan X in privé had. Deze omstandigheid biedt naar het oordeel van het Hof mede grond voor het bewijsvermoeden dat de activatransactie ertoe strekte om (onder meer) OOH als schuldeiser te benadelen. OOH kan zich immers niet verhalen op een afgenomen schuld van LGS (oud) aan X, terwijl zij zich op de overgedragen activa wel had kunnen verhalen.
Voorts is het Hof van oordeel dat X bij de activatransactie twee petten op had: die van schuldeiser en die van statutair bestuurder, en dat dit het vermoeden rechtvaardigt dat X de andere schuldeisers, waaronder OOH, heeft willen benadelen.
Het ligt op de weg van LGS en X om feiten en omstandigheden te stellen die, indien bewezen, het bewijsvermoeden te ontkrachten. Naar het oordeel van het Hof hebben LGS en X onvoldoende aannemelijk weten te maken dat de financiële situatie van LGS (oud) ten tijde van het vonnis van 13 februari 2003 zo slecht was, dat LGS (oud) niet in staat was aan de veroordeling jegens X te voldoen, en dat deze voldoening evenmin uit een bestaande of nog te verkrijgen kredietfaciliteit kon plaatsvinden. Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank dan ook bekrachtigd.
Conclusie
Het overhevelen van activa naar een nieuwe vennootschap levert een onrechtmatige daad op, indien dit als doel heeft de verhaalsmogelijkheden van schuldeiser te verijdelen. De omstandigheid dat de overdragende vennootschap de facto geen koopprijs voor de activa ontvangt, draagt bij aan het vermoeden dat daarvan sprake is.

