Zoeken

Aangepaste mededingingsregels voor franchiserelaties

Auteur(s):
Datum:
12 augustus 2010
 
Tell a friend RSS feed

Vind een medewerker

Naam:
Branche: Rechtsgebied:

Aangepaste mededingingsregels voor franchiserelaties

Afspraken die de concurrentie beperken of verstoren zijn in principe verboden op grond van de Mededingingswet (kartelverbod). Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan het verdelen van markten/klanten of het maken van prijsafspraken door concurrenten. Maar ook afspraken tussen ondernemingen op een verschillend niveau in de distributiekolom, zogenaamde ‘verticale overeenkomsten’, kunnen de concurrentie op ontoelaatbare wijze verstoren en dus verboden zijn. Voorbeelden van verticale overeenkomsten zijn franchise-, distributie- en licentieovereenkomsten, productie- en leveringsovereenkomsten, maar ook overeenkomsten van dienstverlening.

Op overtreding van het kartelverbod rusten zware en ingrijpende sancties. Zo zijn afspraken in strijd met het verbod ongeldig en dus ook niet afdwingbaar. Bovendien riskeren partijen bij een verboden afspraak boetes, die kunnen oplopen tot 10% van hun omzet. Die boetes kunnen niet alleen worden opgelegd aan de onderneming, maar ook aan privépersonen, dat wil zeggen bestuurders en feitelijk leidinggevenden aan de verboden afspraak of gedraging. Het loont dan ook om afspraken tussen franchisegevers en franchisenemers maar ook met concurrenten, leveranciers of afnemers (in welke hoedanigheid dan ook) altijd vooraf te laten toetsen op het mededingingsrecht.

De Europese Commissie (Commissie) heeft onlangs nieuwe, aangepaste mededingingsregels voor verticale overeenkomsten vastgesteld. In deze nieuwe regels wordt rekening gehouden met de ontwikkeling - de afgelopen jaren - van internet als een instrument voor online verkopen en grensoverschrijdende handel. De Commissie wil de online verkoop stimuleren, omdat het de keuzemogelijkheden van de consumenten vergroot en de prijsconcurrentie aanwakkert. Wanneer franchisenemers eenmaal erkend zijn, moeten zij vrij zijn om hun producten via hun website te verkopen, net zoals zij dat in hun traditionele winkels en via hun fysieke verkooppunten zouden doen. Wat de franchiserelatie betreft betekent dit dat de franchisegever de via internet verkochte hoeveelheden niet kan beperken, noch daarvoor hogere prijzen kan rekenen.

Het basisprincipe blijft dat franchisegevers zelf kunnen beslissen over hoe hun producten verdeeld worden, op voorwaarde dat in hun overeenkomsten geen prijsafspraken (vaste of minimum wederverkoopprijs) of andere zogenaamde ‘hardcore restricties’ zijn opgenomen. Maar om te kunnen profiteren van deze nieuwe regels (uitzonderingen op het kartelverbod), mag hun marktaandeel niet groter zijn dan 30%. Volgens de nieuwe regels wordt dezelfde marktaandeeldrempel van 30% ingevoerd voor distributeurs, detailhandelaren en andere afnemers. Deze wijziging is voordelig voor kleine of middelgrote ondernemingen (MKB), of zij nu producent of afnemer zijn, die anders uitgesloten zouden worden van de distributiemarkt.

Dit alles betekent niet dat overeenkomsten binnen een franchiseorganisatie met een hoger marktaandeel onwettig zijn. Het betekent alleen dat franchisegevers en franchisenemers dan moeten nagaan of hun overeenkomsten concurrentiebeperkende afspraken bevatten en of deze gerechtvaardigd zijn.

De nieuwe regels zijn op 1 juni van dit jaar van kracht geworden, met een overgangsfase van één jaar. Dit betekent dat de nieuwe regels voor lopende overeenkomsten (die wel voldoen aan de vorige regels voor verticale overeenkomsten) per 1 juni 2011 zullen gelden.