Aangepaste mededingingsregels voor de distributie van goederen en diensten
Afspraken die de concurrentie beperken of verstoren zijn in principe verboden op grond van de Mededingingswet (kartelverbod). Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan het verdelen van markten/klanten of het maken van prijsafspraken door concurrenten. Maar ook afspraken tussen ondernemingen op een verschillend niveau in de distributiekolom, zogenaamde ‘verticale overeenkomsten’, kunnen de concurrentie op ontoelaatbare wijze verstoren en dus verboden zijn. Distributie-, licentie- en agentuurovereenkomsten; productie- en leveringsovereenkomsten; overeenkomsten van dienstverlening zijn allemaal voorbeelden van verticale overeenkomsten.
Op overtreding van het kartelverbod rusten zware en ingrijpende sancties. Zo zijn afspraken in strijd met het verbod ongeldig en dus ook niet afdwingbaar. Bovendien riskeren partijen bij een verboden afspraak boetes, die kunnen oplopen tot 10% van hun omzet. Die boetes kunnen niet alleen worden opgelegd aan de onderneming, maar ook aan privépersonen, dat wil zeggen bestuurders en feitelijk leidinggevenden aan de verboden afspraak of gedraging. Het loont dan ook om afspraken met concurrenten, leveranciers of afnemers (in welke hoedanigheid dan ook) altijd vooraf te laten toetsen op het mededingingsrecht.
De Europese Commissie (Commissie) heeft onlangs nieuwe, aangepaste mededingingsregels voor verticale overeenkomsten vastgesteld. In deze nieuwe regels wordt rekening gehouden met de ontwikkeling - de afgelopen jaren - van internet als een instrument voor online verkopen en grensoverschrijdende handel. De Commissie wil de online verkoop stimuleren, omdat het de keuzemogelijkheden van de consumenten vergroot en de prijsconcurrentie aanwakkert. Wanneer distributeurs eenmaal erkend zijn, moeten zij vrij zijn om hun producten via hun website te verkopen, net zoals zij dat in hun traditionele winkels en via hun fysieke verkooppunten zouden doen. Wat de selectieve distributie betreft betekent dit dat de producenten de via internet verkochte hoeveelheden niet kunnen beperken, noch daarvoor hogere prijzen kunnen rekenen.
Het basisprincipe blijft dat ondernemingen zelf kunnen beslissen over hoe hun producten verdeeld worden, op voorwaarde dat in hun overeenkomsten geen prijsafspraken (vaste of minimum wederverkoopprijs) of andere zogenaamde ‘hardcore restricties’ zijn opgenomen. Maar om te kunnen profiteren van deze nieuwe regels (uitzonderingen op het kartelverbod), mag hun marktaandeel niet groter zijn dan 30%. Volgens de nieuwe regels wordt dezelfde marktaandeeldrempel van 30% ingevoerd voor distributeurs, detailhandelaren en andere afnemers. Deze wijziging is voordelig voor kleine of middelgrote ondernemingen (MKB), of zij nu producent of afnemer zijn, die anders uitgesloten zouden worden van de distributiemarkt.
Dit alles betekent niet dat overeenkomsten tussen ondernemingen met hogere marktaandelen onwettig zijn. Het betekent alleen dat zij dan moeten nagaan of hun overeenkomsten concurrentiebeperkende afspraken bevatten en of deze gerechtvaardigd zijn.
De nieuwe regels worden van kracht op 1 juni van dit jaar, met een overgangsfase van één jaar. Dit betekent dat de nieuwe regels voor lopende overeenkomsten (die wel voldoen aan de vorige regels voor verticale overeenkomsten) per 1 juni 2011 zullen gelden.

