Ketenzorg en mededinging, geboeid of ontketend
Zorgverzekeraar Menzis wil binnen 5 jaar landelijk 50 eerstelijns gezondheidscentra met eerstelijnszorgverleners (huisartsen, apothekers, paramedici en eerstelijns GGZ) opzetten. In dat kader is Menzis onlangs een samenwerkingsverband aangegaan met de participatiemaatschappij van de Reggeborgh groep. Menzis en Reggeborgh hebben daartoe een joint venture (ZorgPunt Holding) opgericht. De joint venture zal als eigenaar/exploitant van een aantal gezondheidscentra optreden.
De samenwerking tussen Menzis en Reggeborgh is getoetst door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en goedgekeurd.
De SP-fractie in de Tweede Kamer heeft vragen over deze samenwerking gesteld aan Minister Klink. In de beantwoording van de vragen wijst de Minister op de wettelijke kaders waarbinnen dit dient te gebeuren en de rol van de toezichthouders, waaronder de NMa en de NZa, daarin. In reactie op de vraag of de onafhankelijkheid van de arts door verticale integratie in de zorg niet onder druk komt te staan, antwoordt de Minister dat deelname van huisartsen in een geïntegreerde onderneming in theorie kan leiden tot doorverwijsgedrag dat in eerste plaats in het belang van die onderneming is. Door zijn vertrouwenspositie zou de huisarts invloed kunnen hebben op de keuze van de patiënt voor een tweedelijnszorgaanbieder. De Minister heeft de NZa gevraagd dit aspect pro-actief in haar toezicht te betrekken. De Minister wijst in zijn antwoord ook op het rapport van de Commissie Baarsma over verticale integratie in de gezondheidszorg. Deze Commissie komt daarin tot de conclusie dat zij geen reden heeft om aan te nemen dat huisartsen zich bij de verwijzing van patiënten naar andere zorgaanbieders door andere factoren dan hun beroepsethiek, protocollen, gedragscodes en kwaliteitsnormen laten leiden.
Met name dit laatste deel van het antwoord van de Minister is opmerkelijk in het licht van het besluit eerder dit jaar van de NMa over de voorgenomen overname van het Vlietland Ziekenhuis door de Coöperatie Vlietland (waartoe ook zorgverzekeraar DSW behoort). Over deze voorgenomen ketenintegratie van eerste- en tweedelijnszorgaanbieders en zorgverzekeraar oordeelde de NMa immers nog dat huisartsen door hun deelname aan deze samenwerking (wel) een prikkel zouden kunnen ervaren patiënten te verwijzen naar het Vlietland Ziekenhuis. “Gezien het mogelijke effect van de voorgenomen concentratie op het verwijsgedrag van huisartsen heeft de Raad (NMa, MB) reden om aan te nemen dat de onderhavige concentratie de mededinging significant zou kunnen belemmeren op de markten voor ziekenhuiszorg en zorgverzekeringen”, aldus de NMa.
Het lijkt er op dat de Minister en de NMa op dit punt niet op één lijn zitten. Tegelijk blijft het onzeker hoe toezichthouders toekomstige initiatieven op het gebied van ketenintegratie in de zorg zullen beoordelen.

