"Dubbel vangen?"

Recht op transitievergoeding ondanks wachtgeldregeling cao

door: op 03/11/17 in Arbeid, medezeggenschap & pensioen ,

Voorbeeld uit de praktijk

FEITEN

Werkneemster in de in deze bijdrage te bespreken zaak (ECLI:NL:RBGEL:2017:5535) was vanaf 1974 in dienst bij een thuiszorgorganisatie ('werkgever') en was laatstelijk werkzaam als Verzorgingshulp B. Zij werkte 37 uur per week tegen een loon van € 2.076,44 bruto per vier weken, exclusief emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg en Kraamzorg Cao (hierna: cao VVT) van toepassing.

Na 42 jaar trouwe dienst heeft werkgever op 18 maart 2016 de arbeidsovereenkomst van werkneemster opgezegd tegen 1 juli 2016 wegens bedrijfseconomische redenen, met ontslagvergunning van het UWV. Op 11 maart 2016 is werkneemster arbeidsongeschikt geworden en zij heeft niet meer gewerkt tot het einde van de arbeidsovereenkomst. In het kader van de beëindiging heeft een personeelsfunctionaris van werkgever de re-integratiespecialist op 24 juni 2016 onder meer het volgende geschreven:

Mevrouw kan wachtgeld aanvragen. Ik zal haar de procedure daar omtrent mailen. Ook als zij in de ziektewet komt kan zij eventueel in aanmerking komen voor wachtgeld. Nadat ze de gevraagde stukken heeft aangeleverd (die in de mail genoemd worden) zal zij schriftelijk over de hoogte van het wachtgeld geïnformeerd worden.

Op diezelfde dag schrijft de personeelsfunctionaris werkneemster per e-mail onder meer:

Van mijn collega heb ik vernomen dat u graag wat meer informatie wilt ontvangen over de wachtgeldregeling. Hierbij stuur ik u deze informatie. Om een de berekening voor de hoogte van het wachtgeld te kunnen maken hebben wij informatie nodig inzake de hoogte en de duur van uw WW/ZW-uitkering. Graag ontvangen wij dan ook van u (…)

Bij brief van 15 november 2016 heeft werkgever aan werkneemster aangegeven dat zij (toch) geen recht heeft op een wachtgelduitkering aangezien zij niet voldoet aan de voorwaarden van de cao VVT.

WAT STELT WERKNEEMSTER

Werkneemster stelt zich op het standpunt dat werkgever haar in juni 2016 zonder voorbehoud heeft aangegeven dat zij recht had op een wachtgelduitkering, terwijl werkgever wist dat zij vanaf maart 2016 arbeidsongeschikt was. Hierdoor mocht werkneemster er op vertrouwen dat zij een wachtgelduitkering zou krijgen. Pas eind oktober 2016 heeft werkgever werkneemster via de telefoon verteld dat zij geen aanspraak had op wachtgeld. Volgens werkneemster had werkgever dat eerder moeten doen. Inmiddels was de vervaltermijn om in plaats van een wachtgelduitkering aanspraak te maken op een transitievergoeding al verstreken. Werkneemster heeft hierdoor schade geleden ter hoogte van de transitievergoeding. Zij vordert primair dan ook betaling van die transitievergoeding (bijna EUR 68.000 bruto).

Volgens werkneemster heeft zij recht op de transitievergoeding, omdat het Besluit overgangsrecht transitievergoeding in haar geval niet van toepassing is. Zij heeft geen recht op wachtgeld uit hoofde van de cao VVT omdat zij een ziektewetuitkering kreeg en geen werkloosheidsuitkering. Van een recht op een ‘vergoeding of voorziening’ als bedoeld in artikel 2 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding is dan geen sprake. Subsidiair vordert werkneemster nakoming van de wachtgeldtoezegging. Ook vordert werkneemster een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten.

WAT STELT WERKGEVER

Werkgever stelt dat van een harde toezegging aan werkneemster geen sprake is. Bovendien is volgens werkgever het Besluit overgangsrecht transitievergoeding wel van toepassing, aangezien er met de cao VVT ‘an sich’ sprake is van een voorziening in de zin van artikel 2 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding. Het maakt daarbij volgens werkgever niet uit of de wachtgelduitkering daadwerkelijk tot uitkering komt.

OORDEEL KANTONRECHTER

Het Overgangsrecht Wet werk en zekerheid (artikel XII lid 7 Wwz) heeft volgens de kantonrechter als doel te voorkomen dat er sprake is van onbedoelde samenloop van een onder het oude recht afgesproken vergoeding of voorziening enerzijds en van de onder het nieuwe recht verschuldigde transitievergoeding anderzijds. Het Besluit overgangsrecht transitievergoeding regelt onder welke voorwaarden er geen aanspraak bestaat op een transitievergoeding en heeft - blijkens de Nota van Toelichting - ook tot doel om dubbele betalingen door de werkgever te voorkomen. Omdat tussen partijen vast staat dat werkneemster geen recht heeft op wachtgeld, volgt volgens de kantonrechter uit de tekst van artikel 2 lid 1 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding dat werkneemster recht heeft op de transitievergoeding. De kantonrechter verwijst daarbij naar de ratio van artikel XXII lid 7 Wwz en het Besluit overgangsrecht transitievergoeding.

De kantonrechter Apeldoorn heeft in een eerdere uitspraak (op 17 juni 2015) geoordeeld dat een werknemer met een ZW-uitkering op grond van de cao VVT geen recht had op een wachtgelduitkering. Omdat werkgever niet heeft weersproken dat zij die uitspraak kende heeft zij daarmee volgens de kantonrechter ook niet weersproken dat zij eerder dan 21 oktober 2016 wist dat werkneemster geen recht had op een wachtgelduitkering. Hoewel werkgever inderdaad geen harde toezegging heeft gedaan over de wachtgeldaanspraak, heeft werkgever werkneemster wel op het verkeerde been gezet. Met name door nadere gegevens bij werkneemster op te vragen. Volgens de kantonrechter heeft werkgever zich niet als goed werkgever gedragen door werkneemster pas na het verstrijken van de vervaltermijn te informeren dat zij geen wachtgeld zou krijgen. Hierdoor is werkgever schadeplichtig tegenover werkneemster. Deze schade betreft de transitievergoeding plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.

OPMERKINGEN

Werkgever heeft in de procedure nog gewezen op voetnoot 2 bij de Nota van Toelichting op het Besluit overgangsrecht transitievergoeding. Daaruit zou volgen dat de wetgever er rekening mee heeft gehouden dat de wachtgeldregeling ongunstig zou kunnen uitvallen voor een werknemer, maar dat risico bewust heeft aanvaard. Een interessant punt, maar in deze zaak zag de kantonrechter hierin geen reden om tot een ander oordeel te komen. Werkneemster had hier immers geen recht op een voorziening die lager uitviel dan de transitievergoeding, maar zij had in het geheel geen recht op een voorziening.

Dit artikel is geschreven door Marieke Oudenhuijsen, voor het vakblad OpMaat Arbeidsrecht. Heb je vragen over dit artikel? Neem dan contact op met Marieke door een e-mail te sturen naar marieke.oudenhuijsen@dvan.nl of bel haar op het nummer +31 6 22 77 79 38. Marieke staat je graag te woord.

Blijf je graag op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen op het gebied van het arbeidsrecht? Marieke plaatst regelmatig updates op LinkedIn en Twitter.

Meer publicaties over dit onderwerp

reageren of vragen?

Vul de tekst die hieronder wordt weergeven in:


Reacties